Jaarverslag 2025: verbinding en groei
Publicatiedatum: 18 april 2026

Graag blikken we even terug op een succesvol 2025 voor onze stichting. In 2025 groeide het aantal donateurs naar 541. Ook zorgprofessionals, bedrijven, media, subsidieverstrekkers, onderzoekers en Europese organisaties weten ons steeds beter te vinden voor informatie en ondersteuning. Dat laat zien dat wij stevig zijn uitgegroeid tot een betrouwbare partner en belangenbehartiger voor mensen met Lynch en Polyposis.
Informatie en groei
In 2025 hebben we, ondanks het vertrek van de hoofdredacteur, toch 3 keer ons contactblad uitgebracht. Ook hebben we verder gewerkt aan de ontwikkeling van onze website, zodat die nog beter vindbaar en gebruiksvriendelijk wordt. In het afgelopen jaar is de website 19.000 keer bezocht.
Via Facebook, Instagram, LinkedIn, YouTube en e-mails aan donateurs delen we belangrijke nieuwsberichten, oproepen en achtergrondinformatie. Zo blijven we in contact met onze achterban en bereiken we ook nieuwe mensen.
Landelijke Contactdag
De Landelijke Contactdag was een groot succes. Bijna 170 bezoekers waren aanwezig op locatie en ruim 20 mensen keken mee via de livestream. Daar zijn we heel blij mee. De lezingen zijn opgenomen en terug te kijken op ons YouTube-kanaal. Zo kunnen ook mensen die er niet bij konden zijn de informatie alsnog bekijken.
Belangenbehartiging en samenwerking
Onze vrijwilligers zetten zich actief in op verschillende plekken. Zij zijn betrokken bij patiëntenraden, Erfocentrum en vooral bij de koepelorganisaties NFK en VSOP. Ook is er veel contact met zorgprofessionals om de zorg voor mensen met Lynch en Polyposis verder te verbeteren.
Daarnaast werken we samen met andere organisaties, zoals Olijf voor de gynaecologische aspecten van Lynch, SPKS voor darmkanker in bredere zin en Stichting Darmkanker. Ook onze deelname als moderator op kanker.nl is waardevol. Daar kunnen we aandacht vragen voor het feit dat darmkanker erfelijk kan zijn.
Bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek
Dankzij een royale gift van AHAM en de jaarlijkse oliebollenactie in Winterswijk konden we in december 2025 een bedrag van € 10.000 schenken aan het AVL Foundation Fonds. Met deze bijdrage wordt een deel van nieuw onderzoek naar Lynch mogelijk gemaakt. Zo dragen we samen bij aan betere kennis, betere zorg en hopelijk ook betere vooruitzichten voor mensen met Lynch en Polyposis.
Lees nu het hele jaarverslag via: Jaarverslag 2025.
Onverklaarde Polyposis: als de oorzaak nog niet bekend is
Publicatiedatum: 11 april 2026
Sommige mensen hebben veel poliepen in de dikke darm, maar uit erfelijkheidsonderzoek komt geen bekende oorzaak. Er wordt dan geen verandering gevonden in genen die nu bekend zijn bij Polyposis, zoals APC of MUTYH. Dat noemen we onverklaarde Polyposis.
Deze groep krijgt steeds meer aandacht in onderzoek. Dat is belangrijk, want het gaat waarschijnlijk om veel mensen in Nederland.
Een grote groep zonder duidelijke verklaring
Bij een deel van de mensen met veel adenomen wordt geen bekende erfelijke oorzaak gevonden. Dat geldt voor 10 tot 20 procent van de mensen met meer dan 100 adenomen. Bij mensen met 10 tot 100 adenomen is dat zelfs 60 tot 70 procent.
Dat betekent dat er een grote groep mensen is die wel veel poliepen heeft, maar nog geen duidelijke verklaring krijgt. Dat kan ook gevolgen hebben voor familieleden. Want zonder duidelijke oorzaak is het lastiger om te bepalen welke controles nodig zijn.
Onderzoek geeft stap voor stap meer duidelijkheid
Bij het LUMC is al belangrijk onderzoek gedaan naar onverklaarde Polyposis. Daaruit bleek dat APC mozaïek een deel van deze gevallen kan verklaren. In een grote studie onder 541 mensen met onverklaarde Polyposis werd dit gevonden bij 9,4 procent van de deelnemers.
Deze uitkomst heeft bijgedragen aan aanpassingen in de Nederlandse richtlijnen voor erfelijke darmkanker. Dat laat zien hoe belangrijk dit onderzoek is.
Ook darmbacteriën lijken een rol te spelen
Onderzoekers zagen daarnaast aanwijzingen dat bepaalde darmbacteriën mogelijk invloed hebben op het ontstaan van poliepen en darmkanker. Het gaat om bepaalde soorten E. coli die een schadelijke stof kunnen maken.
Dat is een belangrijk nieuw spoor. Het laat zien dat niet alleen erfelijke aanleg een rol kan spelen, maar mogelijk ook wat er in de darm gebeurt.
Waarom dit onderzoek belangrijk is
Er is nog veel dat we niet weten over onverklaarde Polyposis. Toch komt er stap voor stap meer inzicht. Dat kan helpen om controles beter af te stemmen, families meer duidelijkheid te geven en risico’s eerder te herkennen.
Dat geeft hoop. Want hoe meer we begrijpen, hoe beter we mensen met Polyposis en hun families kunnen helpen.
Informatiemiddag Lynch-syndroom in het LUMC
Publicatiedatum: 18 maart 2026
Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) organiseert op zaterdag 11 april 2026 een informatiemiddag voor mensen met het Lynch-syndroom en hun naasten. Tijdens deze bijeenkomst worden deelnemers bijgepraat over de nieuwste ontwikkelingen rondom erfelijke darmkanker.
De informatiemiddag is bedoeld voor mensen die onder behandeling zijn (geweest) in het LUMC. Ook familieleden zijn van harte welkom. Het programma bestaat uit verschillende onderdelen, waarin zorgprofessionals uitleg geven en er is ruimte voor vragen.
Programma
- 12.45 - 13.00 uur
Inloop - 13.00 - 13.10 uur
Welkom en introductie - Alexandra Langers, MDL-arts - 13.10 - 13.30 uur
Lynch en de verschillende genen - Maartje Nielsen, Klinisch geneticus - 13.40 - 14.00 uur
Laxeren voorafgaand aan coloscopie - Suzan van den Berg en Sarita van der Zwaan, Verpleegkundig specialisten - 14.10 - 14.30 uur
Gynaecologische tumoren bij Lynch - Katja Gaarenstroom, Gynaecoloog - 14.30 - 15.00 uur
Koffiepauze - 15.10 - 15.30 uur
Rol van chirurgie bij Lynch - Koen Peeters, Chirurg - 15.40 - 16.00 uur
Immunotherapie bij Lynch - Monique van Leerdam, MDL-arts - 16.00 - 16.10 uur
Afsluiting - Alexandra Langers, MDL-arts - 16.10 - 17.00 uur
Napraten met gezonde borrel
Aanmelden
Registreren kan via het aanmeldformulier of door een e-mail te sturen naar erfelijkheidmdl@lumc.nl. Als je iemand meeneemt kun je dit aangeven op het registratieformulier. Inschrijven kan tot vrijdag 27 maart 2026.
Wij vinden dit soort bijeenkomsten van grote waarde en stimuleren ziekenhuizen om informatiemomenten te organiseren voor mensen met Lynch-syndroom, Polyposis en andere vormen van erfelijke darmkanker. Deze momenten bieden niet alleen actuele informatie, maar ook herkenning en de mogelijkheid om ervaringen te delen.
Petitie over erfelijk risico op kanker aangeboden in de Tweede Kamer
Publicatiedatum: 12 maart 2026
Stichting Erfelijke Kanker Nederland (SEKN) heeft 24 februari samen met ervaringsdeskundigen een petitie aangeboden aan de leden van de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De boodschap is duidelijk: mensen moeten beter worden geïnformeerd over een erfelijk hoog risico op kanker. Als mensen dit op tijd weten, kunnen zij keuzes maken die hun leven en dat van hun familie kunnen redden.
Verhalen uit de praktijk
Tijdens de bijeenkomst vertelden ervaringsdeskundigen hun persoonlijke verhalen. Zij spraken over gemiste kansen en diagnoses die te laat kwamen. Ook vertelden zij wat er mogelijk is wanneer mensen wél op tijd weten dat erfelijke aanleg een rol speelt.
Na het aanbieden van de petitie spraken verschillende Kamerleden met de ervaringsdeskundigen. Zij luisterden naar de verhalen en stelden vragen. Volgens de stichting geeft dit hoop dat er vervolggesprekken komen over betere afspraken in de toekomst.
Nog veel te verbeteren
Volgens de initiatiefnemers is er in Nederland nog veel te verbeteren.
Op dit moment is er:
- geen centrale regie voor het informeren van familieleden
- geen aanpak die ook volgende generaties bereikt
- een financiële drempel door het eigen risico in de zorg.
Daardoor krijgen niet alle familieleden belangrijke informatie over erfelijke aanleg voor kanker.
Oproep aan de politiek
De stichting vraagt de politiek om drie dingen:
- informeer familieleden over erfelijke aanleg
- maak erfelijkheidsadvies en DNA-onderzoek goed toegankelijk
- zorg dat periodieke controles als preventieve zorg worden vergoed.
Petitie nog open
De petitie is nog open. De initiatiefnemers blijven handtekeningen verzamelen om dit onderwerp hoog op de politieke agenda te houden.
👉 De petitie is te vinden via: kankerindefamilie.petities.nl.
Volgens de initiatiefnemers is snelle actie nodig: “Levens redden kan niet wachten.”
DNA-test darmpoliepen bij polyposis verbetert inzicht in erfelijke risico’s
Publicatiedatum: 25 februari 2026
Onderzoekers van het Radboudumc en het University Hospital Bonn hebben samen met collega’s uit Barcelona onderzocht of DNA-onderzoek van darmpoliepen van mensen met ademateuze polyposis en serrated polyposis. Het onderzoek heeft als doel om de vroege stadia van poliepvorming beter in beeld te brengen en de daarbij betrokken tumorvormende processen.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het medische tijdschrift Gastroenterology.
Erfelijkheid bij darmkanker
Darmkanker komt vaak voor. Bij 5 tot 10 procent van de mensen speelt erfelijkheid een rol. Hoe jonger iemand is bij de diagnose, hoe groter de kans dat erfelijkheid meespeelt.
Mensen met veel darmpoliepen hebben een vorm van polyposis (veel darmpoliepen). Doordat er zoveel poliepen zijn, is de kans dat er in één of meer van deze poliepen darmkanker ontstaat groot. Er zijn verschillende polyposissyndromen bekend, allen met een andere verandering in het erfelijk materiaal. Via een DNA-test via het bloed krijgen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij:
- 10 of meer poliepen vóór het 60e jaar
- 20 of meer poliepen vóór het 70e jaar.
Bij ongeveer 1 op de 4 mensen wordt een erfelijke oorzaak gevonden. Bij de meeste mensen (75 procent) wordt geen oorzaak gevonden, terwijl er soms wel een sterke verdenking is.
Richarda de Voer, hoofdonderzoeker van het Radboudumc. vertelt: ‘Bijvoorbeeld omdat ze familieleden hebben met een groot aantal poliepen of waar darmkanker is vastgesteld. Bij deze groep patiënten hebben we nu uitgebreide genetische analyse op het DNA van de poliepen zélf uitgevoerd. We wilden weten of we daar meer informatie uit kunnen halen, bijvoorbeeld hoe een poliep is ontstaan.’
Onderzoek van de poliep zelf
In dit onderzoek keken artsen niet alleen naar het bloed, maar ook naar het DNA van de poliepen zelf. Zij onderzochten 333 poliepen van 180 mensen uit verschillende Europese landen. Bij een deel van hen vonden zij een verandering in het APC-gen. Deze verandering zat niet in alle cellen van het lichaam, maar alleen in de darm. Dit heet mozaïcisme.
Dit is belangrijk voor familieleden:
- broers en zussen hebben meestal geen extra risico
- kinderen kunnen wél een verhoogd risico hebben.
Met alleen een bloedtest wordt deze verandering vaak niet gevonden. Onderzoek van de poliep zelf kan dat wel laten zien.
Serrated poliepen
Bij een andere soort poliepen, de zogeheten serrated poliepen, vonden onderzoekers meestal een verandering in het BRAF-gen. Deze verandering is niet erfelijk. De poliepen lijken genetisch op een uitgroei van normaal darmweefsel. Het is nog niet zeker of deze poliepen altijd kunnen uitgroeien tot darmkanker. Dat wordt verder onderzocht.
Ruim zestig mensen van de onderzochte personen hadden zogeheten serrated poliepen die bij mensen met serrated polyposis voorkomt. Bij vrijwel al deze poliepen werd een niet-erfelijke mutatie in het BRAF-gen gevonden. De uitgebreide genetische analyse van deze poliepen liet zien dat deze poliepen genetisch lijken op een uitgroei van normaal darmweefsel. De onderzoekers vinden dat DNA-onderzoek van darmpoliepen een vaste stap moet worden in de zorg voor mensen met veel poliepen.
Dit onderzoek:
- geeft meer duidelijkheid over de oorzaak
- helpt om het risico voor familieleden beter te bepalen
- kan onnodige zorgen bij familie wegnemen.
Twijfel je of je extra onderzoek nodig hebt? Bespreek dit dan met je huisarts of specialist.
Lees meer over het onderzoek in Gastroenterology.
Bron: Radboudumc
Daling diagnose darmkanker
Publicatiedatum: 10 februari 2026
Op 4 februari was het Wereldkankerdag. Een dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor de impact van kanker én voor het belang van preventie en vroege opsporing. Nieuwe cijfers van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) laten zien dat er op dit vlak goed nieuws is voor darmkanker. Het aantal nieuwe diagnoses blijft dalen, vooral in de meer gevorderde stadia.
Minder darmkanker, ondanks vergrijzing
In 2025 kregen iets meer dan 11.000 mensen de diagnose darmkanker. Dat zijn er aanzienlijk minder dan in 2013, het jaar voor de invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker. Toen waren het nog meer dan 13.000 nieuwe diagnoses.
Deze daling is opvallend, omdat door de vergrijzing juist een stijging werd verwacht. Darmkanker komt namelijk vaker voor op hogere leeftijd. Toch laat de trend al jaren een afname zien. Volgens IKNL hangt deze ontwikkeling samen met het bevolkingsonderzoek darmkanker, dat sinds 2014 wordt uitgevoerd.
Vooral minder uitgezaaide darmkanker
De grootste winst is bij mensen bij wie de ziekte al is uitgezaaid op het moment van diagnose. Het aantal patiënten met uitgezaaide darmkanker bij de diagnose daalde van 7.200 in 2013 naar 5.900 in 2024 (de cijfers over 2025 zijn nog niet volledig bekend).
Dit is belangrijk, omdat vroege opsporing de kans op succesvolle behandeling en overleving aanzienlijk vergroot. De daling is het sterkst bij deze uitgezaaide vormen, juist doordat via het bevolkingsonderzoek veel vroege stadia en voorstadia van darmkanker worden opgespoord en behandeld voordat de ziekte zich kan uitbreiden.
Effect van het bevolkingsonderzoek
Het bevolkingsonderzoek darmkanker startte in 2014 en bereikt sinds 2019 de volledige doelgroep van 55 tot 75 jaar. In de eerste jaren was er tijdelijk een stijging in het aantal diagnoses te zien. Dit kwam doordat bestaande, nog niet ontdekte, gevallen aan het licht kwamen. Daarna zette een duidelijke daling in. Door het onderzoek worden poliepen en vroege stadia van kanker vaker ontdekt en behandeld, nog voordat de ziekte zich verder kan ontwikkelen of uitzaaien.
Belang van meedoen
De cijfers onderstrepen het belang van deelname aan het bevolkingsonderzoek. Vroege opsporing maakt een groot verschil in behandelopties en overlevingskansen. Wereldkankerdag is een moment om stil te staan bij de impact van kanker en ook bij wat preventie en screening kunnen betekenen.
De afname van het aantal diagnoses, en vooral van uitgezaaide darmkanker, laat zien dat gerichte preventie en vroege opsporing daadwerkelijk levens kunnen redden.
Bron: Integraal Kankercentrum Nederland.
Workshop jongvolwassenen over leven met Lynch of Polyposis
Publicatiedatum: 24 januari 2026
Tijdens de lunch op onze landelijke contactdag begeleidde Monique Janssen een groep van ongeveer twintig jongvolwassenen. Het gesprek ging over leven met Lynch of Polyposis en de kans op kanker. De sfeer was intens en open. Er werd geluisterd, gedeeld en soms ook gezwegen.
Monique is psychosociaal therapeut met een eigen praktijk. Daarnaast is zij coördinator psychosociale ondersteuning bij het Toon Hermans Huis in Amersfoort. Daar begeleidt zij mensen die leven met en na kanker. Ze weet waar ze over praat, ook vanuit haar eigen ervaring. “Ik was 28 toen ik zelf ziek werd,” vertelt ze. “Dat draag je altijd met je mee.”
Een bijzondere levensfase
Jongvolwassenen zitten volgens Monique in een belangrijke fase van hun leven. Ze zijn bezig met wie ze zijn, wat ze willen en hoe hun toekomst eruitziet. “En dan komt er ineens een erfelijke aanleg voor kanker op je pad. Dat zet alles op zijn kop.” Ze vergelijkt het vaak met een achtbaan. “Soms gaat het rustig, soms ga je ineens heel hard. Je denkt misschien: nu heb ik een keuze gemaakt. Maar een tijd later moet je opnieuw kijken. Het stopt niet. Het blijft bewegen.” Veel jongeren vragen haar waar ze moeten beginnen. Monique houdt het antwoord bewust simpel.
“Begin klein. Sta even stil. Geef aandacht aan wat je voelt. Dat is al een grote stap.”
Emoties mogen er zijn
Een belangrijk thema in de workshop was het toelaten van emoties. “We willen moeilijke gevoelens vaak liever wegduwen,” legt Monique uit. “Angst, verdriet of boosheid voelen niet fijn. Maar je kunt alleen verwerken wat je durft te voelen.”
Ook dit herkent ze uit haar eigen leven. “Bij mij thuis werd vroeger niet gehuild. Ik heb moeten leren voelen. Dat kost tijd en moeite. Het is echt werk.” Veel jongvolwassenen herkennen dit. Ze willen wel voelen, maar weten niet hoe. Volgens Monique begint het met mild zijn voor jezelf. “Je hoeft het niet meteen goed te doen. Het gaat stap voor stap.”
Je veilig voelen
Om emoties toe te laten, is veiligheid heel belangrijk. “Je kunt pas echt voelen als je je veilig genoeg voelt,” zegt Monique. “Veiligheid en liefde zijn de basis.”
Die veiligheid kan op verschillende plekken gevonden worden. Bij een hulpverlener, maar ook bij een vriend, familielid of partner. Soms is het al genoeg om samen te zitten. “En dat iemand zegt: ‘Vertel maar.’ Zonder oordeel. Zonder oplossingen.”
Leven met een hoofdletter L
De tweede boodschap die Monique meegaf, gaat over het leven zelf. Niet alleen overleven, maar echt leven. “Blijf ontdekken wat jou helpt,” zegt ze. “Wat voor de één werkt, hoeft voor de ander niet te werken.” Ze geeft daarom geen vaste adviezen. Dingen als wandelen, bewegen, yoga of meditatie kunnen helpen, maar zijn geen oplossing voor iedereen. “Ga op zoek naar wat jouw hart opent.”
Voor Monique zelf zijn dat kunst, de zee en Afrikaanse muziek. “Daar word ik rustig van. Dat heb ik niet meteen geweten. Dat heb ik ontdekt. Het is een zoektocht, en dat mag.”
Verlies dat met je meereist
Leven met Lynch of Polyposis raakt veel onderdelen van het leven. “Relaties, werk, geld, kinderwens, daten,” noemt Monique. “Het komt vaak allemaal tegelijk.” Ze gebruikt hiervoor de term levend verlies. “Dat betekent dat je rouwt om dingen die er misschien nooit zullen zijn. Geen kinderen kunnen krijgen is verlies. Maar ook niet kunnen werken zoals je wilt, of nooit opa of oma worden.”
Dat verlies verdwijnt niet. “Het reist met je mee door je leven. Soms is het op de achtergrond, soms komt het weer naar voren.”
Je hoeft het niet alleen te doen
Wat Monique jongvolwassenen vooral wil meegeven, is het belang van verbinding. “We zijn mensen. We hebben elkaar nodig.” Contact met lotgenoten kan veel betekenen. Het gevoel dat je niet de enige bent, kan steun geven. “Zoek de steun die bij jou past,” zegt Monique. “Je hoeft het niet alleen te doen.”
Ze sluit af met een geruststellende boodschap: “Je hoeft niet alles meteen te weten. Het is een proces. Een zoektocht. En dat is helemaal oké.”
Bron: Contactblad december 2025 Lynch Polyposis
Risico op alvleesklierkanker bij FAP
Eerder onderzoek liet zien dat mensen met Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) mogelijk een hoger risico hebben op alvleesklierkanker. Het was echter niet duidelijk hoe groot dit risico precies is en of mensen met FAP regelmatig gecontroleerd moeten worden op alvleesklierkanker, bijvoorbeeld met een MRI of een inwendige echo.
Daarom is onderzoek gedaan naar dit risico om hier inzicht in te krijgen. Er is gebruikgemaakt van gegevens van grote groepen mensen met FAP in Nederland en de Verenigde Staten. In Nederland werden gegevens van 1.000 mensen met FAP uit de databank van Stichting Opsporing Erfelijke Tumoren (StOET) gebruikt. In de Verenigde Staten leverde de Mayo Clinic gegevens van 350 mensen met FAP.
Wat kwam er uit het onderzoek?
- Alvleesklierkanker kwam zelden voor bij mensen met FAP.
- Tot de leeftijd van 70 jaar kreeg ongeveer 7 van de 1.000 mensen met FAP alvleesklierkanker. In de algemene bevolking is dit ongeveer 3 van de 1.000 mensen.
- Hoewel het risico bij FAP iets hoger kan zijn, blijft het absolute risico zeer laag.
Wat betekent dit voor de zorg voor mensen met FAP?
Deze resultaten zorgen ervoor dat mensen met FAP zorg krijgen die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. Alleen maatregelen die echt gezondheidswinst opleveren, worden aanbevolen. Omdat het totale risico laag is, is het niet nodig om standaard controles op alvleesklierkanker aan te bevelen bij mensen met FAP. Regelmatige controle kan nadelen hebben, zoals onnodige onderzoeken en extra stress, terwijl het voordeel klein is.
Wat kunnen mensen met FAP doen?
▸ Volg de gebruikelijke controles die worden aanbevolen bij FAP.
▸ Bespreek nieuwe of onverklaarde klachten altijd met uw zorgverlener.
▸ Persoonlijke vragen of situaties kunt u altijd bespreken met een specialist.
Op de foto zie je hoofdonderzoeker Aleksander M. Bogdanski. Ook Monique Leerdam van StOET was bij het onderzoek betrokken.

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door een gift van de Stichting Lynch-Polyposis.
Publicatiedatum: 13 januari 2026
Kinderwens en erfelijke darmkanker
18 december 2026
Voor mensen met een erfelijke aanleg voor darmkanker kan het maken van keuzes rondom een kinderwens ingewikkeld zijn. Bij een kinderwens en erfelijke darmkanker is het risico dat een kind de aanleg erft bij veel erfelijke vormen 50%. Bij MAP ligt dit anders: daar is er alleen een risico als beide ouders drager zijn. Tijdens onze landelijke contactdag gaf drs. Jeske van Harssel, klinisch geneticus in het UMC Utrecht, een duidelijke uitleg over de mogelijkheden die er zijn. Niet om mensen een bepaalde richting op te sturen, maar om hen te helpen een keuze te maken die bij hen past.
Mogelijke keuzes bij een kinderwens
Iedereen gaat anders om met erfelijke risico’s. Sommige mensen willen geen medische ingrepen. Anderen willen juist zoveel mogelijk zekerheid. Ze gaf tijdens haar lezing aan dat er geen ‘goed’ of ‘fout’ is. Het is wel belangrijk om de juiste informatie te krijgen om een keuze te maken. Hieronder noemen we in het kort de verschillende opties.
Zwanger worden zonder genetisch onderzoek
Veel ouders kiezen ervoor om spontaan zwanger te worden en het erfelijk risico te accepteren. Dat kan een bewuste keuze zijn, bijvoorbeeld omdat ze het traject te zwaar vinden, het niet mogelijk is of omdat ze vertrouwen hebben in de huidige en toekomstige medische mogelijkheden.
Onderzoek tijdens een zwangerschap (prenatale diagnostiek)
Sommige ouders willen tijdens de zwangerschap duidelijkheid.
Denk aan:
- Een vlokkentest of vruchtwaterpunctie, waarmee het DNA van het embryo wordt onderzocht.
- Een nadeel: er is een kleine kans op het verlies van de zwangerschap en de uitslag komt pas rond de 14e week.
- Deze optie wordt meestal alleen gekozen als ouders overwegen de zwangerschap te beëindigen als het kind de aanleg heeft. Voor de erfelijke vormen van darmkanker is dit niet vanzelfsprekend.
Preïmplantatie genetische test (PGT)
PGT is een traject waarbij embryo’s in het laboratorium worden onderzocht vóór terugplaatsing in de baarmoeder. Alleen embryo’s zonder de erfelijke aanleg worden teruggeplaatst.
- PGT werd in Nederland in 1995 voor het eerst gedaan, maar pas veel later voor het Lynch syndroom en erfelijke polyposis. Het betreft een samenwerking van het MUMC+ in Maastricht en het UMC Utrecht, Amsterdam UMC en UMC Groningen.
- Inmiddels zijn er ruim 1.600 kinderen geboren via PGT.
- Voorwaarde: er moet een bewezen (ernstige) erfelijke aandoening in de familie aanwezig zijn met een verhoogd risico voor het nageslacht.
- Paren krijgen bij PGT te maken met teleurstellingen en onzekerheden. Er zijn lange wachttijden en beperkte slagingskansen.
Hoe werkt een PGT-traject?
Het traject bestaat uit meerdere stappen en duurt vaak vrij lang. Dat vraagt geduld en doorzettingsvermogen.
Informatief gesprek
In dit gesprek wordt bekeken of PGT mogelijk én verantwoord is. Er wordt onder andere gekeken naar:
- ernst van de aandoening
- behandelbaarheid
- medische en psychische omstandigheden
Genetische voorbereiding
Er wordt per paar een unieke genetische test gemaakt. Hiervoor zijn bloedafnames bij het paar en familieleden nodig.
Dit deel duurt gemiddeld zes maanden, maar het kan ook langer zijn.
Fertiliteitsbehandeling
Bij de gynaecologische voorbereidingen wordt er gekeken of het IVF/ICSI traject mogelijk is.
Zodra de genetische voorbereiding gelukt is, volgt een behandeling vergelijkbaar met IVF/ICSI:
- de eierstokken worden gestimuleerd
- eicellen worden geoogst
- bevruchting gebeurt via ICSI
- embryo’s groeien in het lab door tot dag 5/6
- er wordt een klein biopt genomen voor genetisch onderzoek
- de embryo’s worden ingevroren totdat de uitslag bekend is.
Terugplaatsing
Alleen embryo’s zonder aanleg worden teruggeplaatst.
- De kans op zwangerschap per poging ligt rond de 25–35%.
- Na drie pogingen is ongeveer 50–60% van de vrouwen zwanger geraakt.
- Er blijft altijd een kleine restkans (ongeveer 1%) dat het kind de aanleg toch heeft.
- PGT verhoogt het risico op andere aangeboren afwijkingen niet.
- De zorgverzekering vergoedt drie pogingen.
Wat weegt mee in de keuze?
De beslissing om wel of niet voor PGT of prenatale diagnostiek te kiezen, is persoonlijk. Veelvoorkomende afwegingen zijn:
- ervaringen met de aandoening zelf en binnen de familie
- het effect dat de aandoening op een kind kan hebben
- emotionele belasting, zoals schuldgevoel of onzekerheid
- culturele of religieuze overtuigingen
- de intensiteit van het traject
- de huidige medische zorg en controleopties
Vragen vanuit de zaal
Hoeveel pogingen zijn mogelijk?
In Nederland krijg je drie pogingen vergoed. Soms is een vierde poging mogelijk, maar daar zijn strikte voorwaarden aan verbonden. Als je al een keer zwanger bent geweest met behulp van PGT, dan begin je weer bij 1. De zwangerschap hoeft dan niet voldragen te zijn, maar wel voorbij de 12 weken zwangerschapsduur zijn gekomen.
Is het mogelijk om het na de drie pogingen zelf te betalen?
Een paar kan de opties na de derde poging bespreken met de behandelende fertiliteitsarts.
Hoe lang duurt het hele traject?
Gemiddeld duurt het zo’n anderhalf jaar vanaf de voorbereiding tot de eerste terugplaatsing.
Meer weten?
Bron: Contactblad Lynch Polyposis december 2025
Microbioom bij erfelijke aanleg darmkanker
Publicatiedatum: 11 december 2025
Als je Lynch-syndroom of Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) hebt, denk je waarschijnlijk vaker na over je darmen en het risico op darmkanker. Steeds meer onderzoekers kijken naar het microbioom in je darmen: het verborgen ecosysteem dat mogelijk een rol speelt bij darmkanker. Wat weten we al? En wat nog niet? Arts-onderzoekers Elsa van Liere en Rose Leijdesdorff vertelden er meer over in de lezing 'Microbioom bij erfelijke aanleg darmkanker' tijdens onze landelijke contactdag.
Wat is het microbioom?
Je microbioom bestaat uit bacteriën, virussen en schimmels. Het microbioom zit op heel veel plekken in je lichaam, maar met name in je darmen. Samen wegen ze ongeveer een halve kilo en zijn uniek voor iedere persoon, net als een vingerafdruk.
Deze kleine helpers doen verrassend veel werk:
- Ze verteren je voedsel
- Ze maken vitamines aan
- Ze versterken de darmwand
- Ze ondersteunen je afweer
- Ze praten zelfs met je hersenen via de hersendarm-as
Veel factoren beïnvloeden hoe jouw microbioom eruit ziet: geslacht, voeding, beweging, huisdieren en zelfs waar en met wie je woont. De omgeving speelt daarbij een grotere rol dan je genetische aanleg.
Hoe meer verschillende soorten beestjes, hoe gezonder het microbioom. Onderzoek heeft aangetoond dat bij verschillende ziekten het microbioom uit balans is. Niet alleen bij darmziekten, maar ook bijvoorbeeld bij diabetes, astma, de ziekte van Parkinson en alzheimer. De grote vraag blijft: veroorzaakt het microbioom de ziekte, of verandert het microbioom juist door de ziekte?
Wat weten we over het microbioom bij Lynch?
Er is nog weinig onderzoek gedaan naar het microbioom bij mensen met het Lynch-syndroom.
In een studie met 200 mensen met Lynch en ruim 1.200 mensen zonder Lynch (het Lifelines-cohort) viel op:
- Tussen mensen met en zonder Lynch was het microbioom erg anders qua samenstelling en functie. Maar, de bacteriën die vaak gelinkt worden aan darmkanker kwamen niet vaker voor bij Lynch.
- Bij kleine poliepen lijkt het microbioom normaal, pas bij grotere poliepen verandert het.
- Het type genafwijking (MLH1, MSH2, MSH6) had geen invloed op het microbioom.
Wat weten we over het microbioom bij FAP?
Bij FAP laten kleine studies bij muizen en mensen zien dat een bepaalde soort E. coli bacterie vaker voorkomt, die ook wordt gevonden bij niet-erfelijke darmkanker Of die bacterie poliepen veroorzaakt, of juist verschijnt omdat er poliepen zijn, weten onderzoekers nog niet.
Daarnaast verschilt de ernst van poliepvorming, soms zelfs bij mensen met dezelfde genetische mutatie. Het microbioom zou daar aan kunnen bijdragen, maar dat is nog niet aangetoond.
Waarom is dit onderzoek zo lastig?
Het lijkt simpel: ontlasting verzamelen en klaar. Maar zo werkt microbioomonderzoek niet.
- Bacteriën werken samen, waardoor losse bacteriën weinig zeggen.
- Ontlasting laat maar een deel van het verhaal zien. De darmwand geeft vaak andere informatie. En mogelijk zitten bacteriën die betrokken zijn bij het ontstaan van darmkanker juist vast aan het darmvlies.
- Je hebt veel deelnemers nodig en langdurige opvolging, en het liefst ook op meerdere momenten om veranderingen te kunnen meten.
- Resultaten zijn moeilijk te herhalen, omdat technieken en analyses snel veranderen. En omdat veel (omgevings)factoren invloed hebben op het microbioom.
Kortom: de relatie tussen microbioom en kanker is veel ingewikkelder dan het aanwijzen van één veroorzaker. Daarom verzamelen onderzoekers in Amsterdam UMC niet alleen ontlasting, maar ook vragenlijsten over leefstijl en nemen ze ook bloed en stukjes weefsel uit de darmwand en poliepen af. Zo krijgen ze een veel completer beeld. Uiteindelijk kan dit helpen bij opsporing, preventie en behandeling.
Wat kun je zelf doen?
Er zijn op dit moment geen specifieke microbioomadviezen voor mensen met Lynch of FAP. Wat je in het algemeen wel kunt doen: leef gezond.
- Eet veel vezels, deze zitten in volkoren producten, groenten, peulvruchten, noten en zaden.
- Eet gevarieerd
- Beweeg regelmatig
- Rook niet
- Gebruik niet onnodig antibiotica
Voor commerciële microbioomtests geldt dat de werking hiervan niet is bewezen. Deze richten zich vooral op losse bacteriën. Onderzoekers kijken juist naar het geheel aan bacteriën, en ook naar de functie die bacteriën uitvoeren. Daarom raden we deze tests ook af. Ze zeggen namelijk niets en de resultaten en adviezen die hieruit volgen zijn niet wetenschappelijk onderbouwd.
Hoe zit het bij een stoma, darmspoelen of het verwijderen van een deel van de darm?
Hier is nog weinig goed onderzoek naar gedaan. Wat wel bekend is:
- Het microbioom in je dunne en dikke darm is anders. Bij een stoma wordt het microbioom blootgesteld aan meer zuurstof en hierdoor verandert het microbioom waarschijnlijk.
- Het maakt uit welk deel van de dikke darm is weggehaald: de linker- en rechterkant hebben een andere samenstelling qua microbioom.
- Het darmspoelen voor een coloscopie verandert het microbioom tijdelijk, maar er zijn geen aanwijzingen dat dit op lange termijn veel effect heeft.
Luistertip: Podcast Buikbelang
Kijk de lezing terug op onze YouTube-kanaal: Lezing Microbioom bij Lynch en FAP
Bron: Contactblad Lynch Polyposis december 2025









