Sommige mensen hebben door hun erfelijke aanleg meer kans op poliepen in de darmen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het Lynch-syndroom en bij Polyposis. Steeds meer onderzoeken laten zien dat sommige medicijnen kunnen helpen om nieuwe poliepen te remmen. Arts-onderzoeker Hicham Bouchiba van het Amsterdam UMC verzamelde alle wereldwijde studies hierover en vertelde in zijn lezing ‘Preventie van poliepen met medicatie’ tijdens onze landelijke contactdag wat daaruit blijkt. Hieronder lees je de belangrijkste punten.
Medicatie bij Lynch
Bij mensen met Lynch kan aspirine helpen. Aspirine is een ontstekingsremmer en beïnvloedt ook processen die in kankercellen actief zijn.
In de CAPP2-studie werd dit onderzocht. Er deden 861 mensen mee uit 43 ziekenhuizen. Van hen kregen 427 mensen elke dag 600 mg aspirine. In deze groep kwam minder dikke darmkanker voor dan in de placebogroep.
Hicham vertelde dat 600 mg een hoge dosering is en dat dit kan zorgen voor bloedingen. Daarom wordt aspirine nu nog niet standaard voorgeschreven. In nieuwe onderzoeken, zoals CAPP3, wordt gekeken naar lagere doseringen. De resultaten worden binnenkort verwacht en kunnen mogelijk zorgen voor een aanpassing van de richtlijn.
Medicatie bij Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP)
Voor FAP zijn verschillende medicijnen onderzocht, zoals aspirine en metformine. De resultaten verschillen per studie. Omdat mensen met FAP vaak veel poliepen hebben, is het moeilijk te meten of een medicijn echt effect heeft. Daarom is er op dit moment nog geen standaardmedicatie die poliepvorming bij FAP voorkomt.
Er lopen wel nieuwe onderzoeken.
- Lithium is getest bij 11 FAP-patiënten. In muizen werden de poliepen kleiner.
- Serenta wordt onderzocht in een grote studie met 168 deelnemers uit verschillende landen. De helft van de deelnemers krijgt placebo.
Daarnaast is er eRapa, een medicijn dat specifiek poliepvorming remt. In fase 2-onderzoek bij 33 mensen werden minder poliepen gevonden.
Vragen uit de zaal
Na de presentatie kwamen er vragen. Iemand vroeg of er ook onderzoek is naar medicijnen voor mensen met Peutz-Jeghers. Hicham gaf aan dat dit weinig wordt onderzocht, omdat de aandoening zeldzaam is en studies vaak kleine groepen hebben.
Dr. Anja Wagner, klinisch geneticus, vulde aan dat de nieuwe database NESTOR belangrijk wordt. NESTOR staat voor NEtherlandS genetic TumOr Risk Registry. In deze database worden gegevens verzameld van mensen met erfelijke vormen van kanker, zoals hun diagnose, familiegeschiedenis en verloop van de ziekte. Door al deze gegevens te bundelen, kunnen onderzoekers beter zien welke patronen er zijn. Op de lange termijn kan dit helpen om nieuwe inzichten te krijgen en misschien ook nieuwe behandelingen te ontwikkelen voor zeldzame aandoeningen, zoals Peutz-Jeghers.
Ook leefstijl kwam ter sprake. Volgens Hicham kan leefstijl een effect hebben op poliepvorming, waarbij roken zeker een rol kan spelen.
Tot slot werd er gevraagd naar onderzoek naar DNA-reparatie, bijvoorbeeld met CRISPR. Dat is op dit moment nog niet toepasbaar bij mensen. Ons DNA is daarvoor te ingewikkeld: het is nog niet duidelijk wat precies moet worden gerepareerd. Voorlopig is het voorkomen van erfelijke aandoeningen bij kinderen nog de beste mogelijkheid.
Je kunt de lezing van Hicham Bouchiba terugkrijgen via ons YouTube kanaal: Lezing ‘Preventie poliepen met medicatie’
Publicatiedatum: 26 november 2025